KAPPERSAFDELING

ACHTERGROND

MATRIX: Hoe lang ben je al bij dit project betrokken?

JUDITH: Ik ben begonnen in februari 2001; dat is dus zo’n anderhalf jaar. Ik solliciteerde naar de baan en werd gelukkig aangenomen. Ik weet niet precies waarom ik werd uitgenodigd voor een gesprek, maar soms word je aanbevolen door verschillende mensen. Ik kreeg een sollicitatiegesprek en kreeg uiteindelijk de baan.

MATRIX: Moet je met jouw uitgebreide ervaring nog steeds je portfolio meenemen naar een sollicitatiegesprek?

JUDITH: Om je de waarheid te zeggen, heb ik helemaal geen portfolio. Mijn agent zegt altijd dat ik er één moet samenstellen. Dat zou ik ook moeten doen, maar ik ben er nooit aan toegekomen. Het is pas sinds de laatste paar jaar dat er naar wordt gevraagd of dat mensen een portfolio gebruiken. Ik heb dus geen portfolio meegenomen. Je laat een lijst zien van de films waar je aan hebt meegewerkt. Wellicht dat je ervaring voor zichzelf spreekt.

MATRIX: Wat heb je allemaal gedaan?

JUDITH: Ik heb langer in deze industrie gewerkt dan ik eigenlijk wil toegeven. Ik ben genomineerd voor twee Academy Awards, wat erg spannend was, voor de films Schindler’s List en Forrest Gump. Dat waren vrij grote projecten. Schindler’s List spreekt nogal voor zichzelf. Ik moest daar een hoop research voor verrichten ter voorbereiding en het was een moeilijke film om aan te werken. Maar als ik terugkijk op mijn carrière in de filmindustrie, denk ik dat die film toch de meeste invloed op me heeft gehad. Die film ligt me het meest na aan mijn hart. Soms lees je een script en voel je meteen aan dat het een leuke klus gaat worden. Dat was ook zo met Forrest Gump en nu weer met THE MATRIX. Ik had THE MATRIX 1 gezien en vond het een geweldige film, dus toen ik de kans kreeg om mee te werken aan THE MATRIX 2 en 3, wilde ik dat erg graag doen.

MATRIX: Heb je ooit als kapper in een kapsalon gewerkt?

JUDITH: Ik heb wel een tijdje in een kapsalon gewerkt, maar al op de opleiding wist ik wat ik hiermee wilde doen. Ik ben opgegroeid in de filmindustrie, omdat familie van mij daarin werkte en ik als kind wel eens figurantenrolletjes had gehad. Ik heb dit altijd al willen doen. Toen ik begon, hadden vrouwen niet de keuzes die ze tegenwoordig hebben. Je kon als scriptleider, coupeuse of kapster aan de slag. Aangezien ik was opgegroeid in het wereldje van haarstyling en kapsalons, was het een logische keuze voor mij.

Ik ging naar de opleiding terwijl ik heel zeker wist dat ik in de filmindustrie wilde werken. De tijd die ik in die kapsalon heb gewerkt, was dus puur om de tijd door te komen voordat ik kon gaan doen wat ik wilde. Het was ook een ervaring die gewoon nodig is in dit vak. Ik geloof dat haarstylisten die nu in de filmindustrie [in de VS] beginnen minstens twee jaar ervaring in een kapsalon moeten hebben opgedaan voordat ze tot de vakbond worden toegelaten. Het is erg belangrijk om ervaring in de praktijk op te doen.

MATRIX: Is er de afgelopen jaren veel veranderd in de filmindustrie wat betreft de kappersafdeling?

JUDITH: Toen ik pas in de filmindustrie begon, had je nog het systeem waar elke studio een grote visagie- en kappersafdeling had. We werkten dus voor afdelingen, wat heel anders was dan tegenwoordig. Je had altijd de ondersteuning van een grote afdeling met pruikenkamers en voorraden; je had alles tot je beschikking. Toen er meer onafhankelijke producties kwamen, werd alles anders omdat we nu onze eigen afdelingen en ondersteuning hebben. Ik denk dat het meer werk is nu en het vereist ook meer vaardigheden, omdat je nu niet zomaar even iemand kunt bellen als je er zelf niet uitkomt. Je bent overal zelf verantwoordelijk voor.

MATRIX: Moet je naast het stylen ook pruiken kunnen maken?

JUDITH: Ja, je moet zeker kunnen knippen, stylen, kleuren en met pruiken kunnen werken. Vooral wanneer je op locatie draait moet je alles kunnen doen als ze met last-minute verzoeken komen. Toen ik begon, hadden we altijd pruikenafdelingen waar ze de pruiken voor ons maakten. Dat is nu niet echt meer het geval. Voor dit project heb ik gelukkig met een paar mensen kunnen werken die pruiken konden maken en repareren, omdat we dat veel hebben moeten doen voor deze film. We hadden voor één acteur 160 exemplaren, dus er was veel werk te doen voor de pruikenmakers.

PRUIKEN VAN AGENT SMITH

MATRIX: Hoe werd bepaald hoeveel pruiken nodig waren en hoe kwam je aan het haar voor de pruiken?

JUDITH: We waren in de VS begonnen met twintig stuntmannen voor Agent Smith [Hugo Weaving], dus we hadden twintig pruiken voor hen gemaakt. Toen we naar Australië gingen, was er een scène waarvoor ze 100 poppen, 60 maskers en 25 stand-ins gebruikten, dus daarvoor hebben we pruiken in China laten maken. We gebruikten een van de pruiken als prototype die we in Oakland hadden gebruikt voor de opnamen in de VS en hebben die naar China gestuurd als voorbeeld voor de 160 tot 175 pruiken die ze daar moesten maken.

MATRIX: Waren alle pruiken van echt haar gemaakt?

JUDITH: Ja, de pruiken zijn van mensenhaar gemaakt. Het haar was met de hand geknoopt op kant, zodat het op de hoofdhuid kan worden geplakt. Alle pruiken zijn op deze manier gemaakt. De mannen die ze moesten dragen, moesten hun haar tot aan hun oren afscheren, zodat het gelijk was aan de de haargrens van Agent Smith. We hebben dat bij iedereen moeten doen; er liepen dus heel veel mannen rond met halve kapsels en geschoren hoofden. We hebben een lijfspreuk hier op de kappersafdeling: “Haar groeit, geld niet.” Dat zeiden we dus steeds tegen ze, aangezien ze werden betaald om hun haar door ons te laten afscheren.

MATRIX: Wat was hun reactie toen ze werd verteld dat dit met hun haar ging gebeuren?

JUDITH: De meesten van hen wisten het al voordat ze bij ons kwamen. Het was hen tijdens de casting al verteld dat we hun haar voor een gedeelte moesten afscheren. Ik denk wel dat ze enigszins geschokt waren. De verkoop van mutsjes is daardoor flink gestegen in ieder geval!

MATRIX: Hoeveel tijd is er nodig om één pruik te maken?

JUDITH: Het kost ongeveer een week om een pruik met de hand te knopen als je lange uren maakt en onafgebroken eraan werkt. Er waren dus heel veel mensen nodig om alle pruiken voor ons te maken.

MATRIX: Werd er haar rechtstreeks op de prothetische hoofden of maskers aangebracht?

JUDITH: Nee, we hebben de pruiken daarop gelijmd. We hebben er wel aan gedacht om het haar rechtstreeks aan te brengen, maar dat neemt net zoveel tijd in beslag als wanneer je een pruik met de hand maakt, omdat je dan met een naald de haren één voor één moet aanbrengen. Daarom hebben we uiteindelijk gewoon pruiken gebruikt. De pruiken zijn gemaakt op een heel fijn netje of kant dat op de huid kan worden gelijmd; het ziet er dan heel natuurlijk uit.

MATRIX: Hoe heb je de juiste kleur en haarstructuur gevonden voor de pruiken?

JUDITH: De structuur is het moeilijkste, omdat je nooit haren van exact dezelfde structuur kunt vinden. De kleur kun je heel goed benaderen, doordat het haar bewerkt wordt. Het wordt eerst gebleekt en daarna in de benodigde kleur geverfd. Wanneer we een kleurstaal of een haar uitsturen waarmee de kleur moet overeenkomen, kunnen ze daarmee de kleur bepalen waarin het haar moet worden geverfd. Het is bijna onmogelijk om de structuur precies gelijk te krijgen, vooral wanneer er zoveel pruiken worden gebruikt. De pruiken zijn allemaal vrijwel identiek qua kleur, maar de structuur verschilt enigszins. In de twaalf weken die we in de Verenigde Staten hebben gewerkt, hadden we meer tijd om de haarstructuur gelijk te maken. De eerste pruiken voor de stuntmannen kwamen dus qua structuur meer overeen.

Uiteindelijk moesten alle stand-ins voor Agent Smith in de stromende regen staan, dus onze grootste uitdaging was te voorkomen dat het haar helemaal plat zou gaan zitten. Ik heb acht of negen producten getest. We deden het op de pruik en hielden deze een paar uur onder een douche onder de hoogst mogelijke waterdruk, wat overigens een veel lagere druk was dan wat de pruik in de regen moest doorstaan. We kwamen tot de conclusie dat Estapol, een vloerlak, het enige product was dat tegen al dat water bestand was. Doordat we al het haar met vloerlak moesten behandelen, deed de structuur er op een gegeven moment niet meer toe. Wanneer je vloerlak op een pruik aanbrengt, moet je ervoor zorgen dat de haarstijl precies goed is, want je kunt het nooit meer veranderen!

MATRIX: Gebruikte je een spray?

JUDITH: Nee, we hebben het met een kwast aangebracht en daarna het haar gespreid neergelegd om het te kunnen bewerken. We bewerkten het beetje bij beetje om de juiste stijl te krijgen.

MATRIX: Herinner je je hoeveel weken die pruiken voor Agent Smith op de set waren?

JUDITH: Ze waren een aantal weken op de set, maar we werkten ze iedere avond bij, omdat de kracht van de regen echt ongelooflijk sterk was. We hadden een crew die ‘s nachts aan alle maskers en poppen werkte om ze te repareren. De enige manier was nog meer Estapol op de pruiken aan te brengen of juist oliën om het wat te verzachten. Dan pas kon de pruik worden gerepareerd. De pruiken konden de rest van de nacht drogen, zodat ze de volgende morgen weer in de regen konden worden gebruikt.

MATRIX: Hoe kwam je erbij om vloerlak te gebruiken?

JUDITH: We hadden zoveel producten uitgeprobeerd en zelfs schellak was niet sterk genoeg. Op sommige stuntpruiken hebben we echter wel schellak gebruikt, maar Estapol was het enige product dat echt werkte. We waren aan het brainstormen en toen suggereerde iemand vloerlak. En dat hebben we gewoon uitgeprobeerd.

DE TWEELING

MATRIX: Toen je begon in februari 2001, wat was een van de eerste dingen die je als hoofd van de kappersafdeling deed?

JUDITH: Voordat we LA verlieten [om naar Alameda te gaan], werkten we al aan een stijl voor de Tweeling; de dreadlocks en de haarkleur. Er waren ontwerptekeningen en de kostuumafdeling was al bezig met hun kostuums. We wisten dus al wat de kleur van de kostuums zou worden. We maakten voor hen de allereerste pruiken en kapsels van de hele productie, dus dat was erg spannend. Toen we alles af hadden en ze voor het eerst met hun kostuum, make-up en kapsels de set opkwamen, zagen we dat het perfect op elkaar aansloot. Het is echt geweldig als alles met het concept blijkt te kloppen en alles perfect bij elkaar past; het kostuum, de make-up en het kapsel. Ik vind dat ze er fantastisch uitzien.

MATRIX: Hoe nauw werk je met de kostuumafdeling samen om een bepaalde stijl te creëren?

JUDITH: Heel nauw. Ik denk dat het heel belangrijk is voor welke filmproductie dan ook dat de afdelingen voor haar, kostuums en make-up samenwerken om een stijl te creëren. Zonder het één werkt het andere niet. De kostuumontwerper is meestal een van de eersten met wie ik een bespreking heb. Die is over het algemeen eerder bij het project betrokken dan ik en de kostuums zijn dan al min of meer bepaald. Dat geeft je inspiratie voor het kapsel; de stijl moet passen bij het kostuum. Het kostuum vertelt je veel over de persoonlijkheid van een personage. Je praat uiteraard eerst met de regisseurs en hoort hun ideeën aan. Daarna overleg je met de kostuumontwerper. Pas daarna kun je je eigen ideeën vormen.

MATRIX: Is het moeilijk om een pruik met dreadlocks te maken?

JUDITH: Het werd een ingewikkelde klus. Julia Walker werkt met Whoopi Goldberg en zij is fabuleus in het maken van dreadlocks. Zij werkte met ons samen en leerde ons de fijne kneepjes. Pruikenmaker Victoria Wood heeft veel verschillende etnische pruiken gemaakt – dat is ook haar handelsmerk – en ze liet ons pruiken met verschillende stijlen zien, omdat er zoveel verschillende stijlen dreadlocks zijn. Ik heb een boek, ‘Dreads’, waarin wel honderd verschillende stijlen dreadlocks staan. Als ze je dus vragen om dreadlocks voor de Tweeling te maken, moet je precies weten welke stijl ze willen.

Het was nog een heel probleem om de omvang, de lengte en de kleur te bepalen. We kozen uiteindelijk een kleur die niet direct beschikbaar was. We moesten het haar bijna zelf fabriceren, omdat de kleur niet verkrijgbaar was. Je kon niet zomaar wit stug haar inkopen dat we dan maar in dreadlocks verwerkten, want dan kreeg je niet het beoogde effect. We hebben dat haar dus speciaal moeten vervaardigen voor dit project.

MATRIX: Zijn er meerdere exemplaren voor de Tweeling gemaakt?

JUDITH: We hadden twee exemplaren per persoon, voor Adrian en Neil [Rayment], en dan nog exemplaren voor hun stuntmannen. Voor de stuntmannen hadden we ook nog een extra exemplaar. Soms moesten ze in de Second Unit een opname draaien met een achtervolging en als er dan geen stuntmannen beschikbaar waren, moesten andere stuntmannen invallen. Er waren in totaal acht pruiken voor de Tweeling.

MATRIX: Hoe werden de pruiken onderhouden buiten de set?

JUDITH: Iedereen wilde altijd de dreadlocks aanraken, maar dan vallen ze uiteindelijk uit elkaar. We moesten hen dus op het hart drukken dat ze hun haar niet door iedereen moesten laten aanraken. Je moet elke dread apart rollen om deze strak te houden en als mensen met hun vingers door het haar gaan, raken de dreads los. Elke nacht keken we de dreads na en rolden ze opnieuw om ze strak te houden en de stijl te behouden. Er was veel onderhoud nodig voor die pruiken.

MATRIX: Toen de stijl van de Tweeling was bepaald, werden ze toen in hun kostuums en helemaal opgemaakt aan de regisseurs gepresenteerd?

JUDITH: Absoluut! We lieten ze niets zien voordat alles helemaal af was. Ze zagen de pruiken pas toen de make-up was aangebracht. Wij zagen zelf de make-up pas toen we alles bij elkaar deden.

DE STIJL VAN ZION

MATRIX: Hoe wordt een script geanalyseerd vanuit het oogpunt van de kappersafdeling?

JUDITH: In beide films – RELOADED en REVOLUTIONS – was dat vrij gemakkelijk om te doen, omdat iedere personage twee of drie stijlen heeft die niet veel van elkaar verschillen. Ik weet niet wanneer het was bedacht, maar al vrij vroeg in het project werd besloten dat de personages in The Matrix geen warrig haar zouden hebben. Dus als er op de snelweg werd gevochten en van vrachtwagens en auto’s werd gesprongen, wapperde het haar niet en raakte niet in de war. Trinity rijdt op een motor met zo’n 135 km per uur en haar haar blijft perfect zitten. Het werd een grote uitdaging om dit voor elkaar te krijgen. Ik geloof dat het een idee van Larry en Andy was.

Aan de lopende band hadden we het geluk dat in alle scènes van The Matrix alle kapsels perfect bleven zitten. Zelfs in de regen werd het haar van Agent Smith niet in de war werd gebracht. Het haar van Keanu [Reeves, Neo] raakt een beetje in de war. Hij staat in de stromende regen en zijn haar gaat wat los zitten, maar we hoefden het nooit weer helemaal aan te passen zoals dat bij andere films meestal wel het geval is, waar je elke verandering in de gaten moet houden. We konden altijd weer teruggrijpen naar het begin.

In de Nebuchadnezzar of in Zion is dat iets anders, omdat daar de kapsels niet perfect hoefden blijven zitten. Die kapsels zaten al slordiger. Dat waren de verschillende stijlen; er was een Matrix stijl voor iedereen en er was een zogenaamde Neb of Zion stijl. De Neb stijl is misschien wat ranziger dan de Zion stijl, maar over het algemeen zijn het natuurlijke stijlen in vergelijking met de Matrix stijl, die erg gelikt is.

MATRIX: Was je ook betrokken bij het creëren van de Zion stijl?

JUDITH: Ja, we zijn daarmee in Alameda begonnen toen we de scènes in de Ziontempel opnamen. Het is heel interessant, omdat je nadat je het script heb gelezen of de films talloze keren hebt gezien, zoals de meesten van ons, heel goed weet dat er geen haardrogers en krullers in Zion zijn. Ze hebben echter wel de middelen om haar te knippen, want er lopen veel mensen rond met heel kort haar.

We begonnen eerst kapsels te bedenken die zonder hulpmiddelen konden worden gedaan en vroegen ons af wat de mensen in Zion zouden doen; zouden ze hun haar vlechten of op een andere manier vastmaken? Zo zijn we begonnen, we wilden een natuurlijke, gemakkelijke stijl creëren. Ik denk dat we daar wel in geslaagd zijn. We hebben heel veel dreadlocks gemaakt. Die leken heel populair te zijn in Zion, het was een natuurlijke haarstijl. We laten in het midden in welk jaar het zich afspeelt, we hebben daar allemaal andere theorieën over. We begonnen ook zonder baarden en snorren, maar gaandeweg veranderden we dat omdat sommige mensen er dan beter uitzagen of omdat het beter bij hun personages paste.

MATRIX: En hoe komen ze aan scheermessen, hoe scheren ze zich dan?

JUDITH: Ze hebben de beschikking over metaal, dus daar zullen ze wel iets op gevonden hebben. We hebben wel haarornamenten toegevoegd. Dat moesten echt dingen zijn die ze zelf hadden kunnen maken of gebruiken. Het moest allemaal materiaal zijn dat ze onder de grond hebben kunnen vinden, zoals kleine steentjes en haarspelden. We hebben bijvoorbeeld geen veren gebruikt, omdat daar natuurlijk geen vogels leven en ook geen plantenmateriaal, hoewel ze wel paddestoelen hebben. We vroegen ons steeds af waar het materiaal vandaan kwam en bedachten verschillende redenen waarom iets was zoals het was. We verzonnen achtergrondverhalen om te verklaren waarom we iets deden.

MATRIX: Hoe erg was het om 900 kapsels in het vooruitzicht te hebben die je in één morgen bij alle figuranten voor Zion moest aanbrengen?

JUDITH: We hebben een soort proefkapsel gedaan voor iedereen. Toen de kostuumafdeling met de figuranten bezig was om de kostuums te passen, wat ongeveer een maand duurde, hebben we elke figurant in hun kostuum bekeken en bepaald hoe hun kapsel moest worden. We hebben aantekeningen gemaakt, zodat iedereen hun stijl kon maken. We hadden op die manier ook tijd om eventueel wijzigingen door te voeren. We hadden heel veel tijd om de proefkapsels voor de scènes in de Ziontempel te doen; de figuranten bekijken, foto’s analyseren en de uiteindelijke stijl bepalen. De aantekeningen die we in die periode hebben gemaakt, deelden we op de grote dag zelf uit aan degenen die de kapsels moesten verzorgen.

MATRIX: Weet je nog hoeveel stylisten er tijdens de opnamen voor de Zion tempelscènes op de set waren?

JUDITH: Ik geloof dat we maar zo’n vijftien haarstylisten hadden. Het kostte aardig wat uren om alle kapsels te doen.

MATRIX: Eén figurant had lang zwart haar met roodgeverfde punten. Jullie hebben dat in één kleur geverfd, waarom was dat?

JUDITH: We hebben er echt op gelet dat niemand blonde strepen of kunstmatig gekleurd haar had, omdat dat niet logisch was in Zion. Ze zouden daar niet de juiste middelen voor hebben. In de Matrix wereld was dat geen probleem, hoewel je daar wel probeert alles heel netjes en gelikt te houden. Maar dat kon in Zion gewoon niet, dus bij iedereen die blonde of blauwe strepen in hun haar had, moesten we de kleur egaal maken met kleurspray of kleurschuim. Bij de proefkapsels hadden we mensen gewaarschuwd dat ze hier rekening mee moesten houden en er zelf van tevoren al iets aan moesten doen. Hetzelfde gold voor geblondeerd haar. Er waren maar een paar blonde mensen in de film, maar dat was allemaal natuurlijk blond.

MATRIX: Er waren ook geen mensen met rood haar.

JUDITH: Zuster Maggie [Essie Davis] op het Mjolnir schip had koperblond haar en dat vond ik erg mooi. Ze had eigenlijk heel blond haar en dat hebben we wat donkerder gemaakt om het wat natuurlijker te maken. Zij was een erg leuk personage.

MATRIX: Een deel van de scène in de Ziontempel is in de VS gefilmd en een deel in Australië. Hoe behoud je de continuïteit als er een aantal maanden tussen zit en je met verschillende figuranten werkt?

JUDITH: Gelukkig hadden we heel veel goede continuïteitsfoto’s dankzij het team dat daar mee bezig was. Daardoor konden we goed zien wat we eerder hadden gedaan. De stijl hebben we hier bepaald en de haarstylisten in Australië moesten dat voortzetten. Ze hebben dat fantastisch gedaan. Als je de film ziet, zou je nooit kunnen vermoeden dat het op verschillende tijden is gefilmd. Het loopt allemaal perfect in elkaar over en dat is waar je naar streeft en waar de continuïteitsfoto’s voor dienen.

MATRIX: Neem je zelf ook foto’s of gebruik je wat je krijgt van de continuïteitsafdeling?

JUDITH: Ik denk dat iedere afdeling zelf foto’s neemt en we maken ook aantekeningen over elk personage; welke producten we hebben gebruikt, de lengte van het haar en hoe het is geknipt. We bewaren die aantekeningen, zodat we die altijd weer kunnen gebruiken voor het personage. En dan is er nog de scriptleider die heel goed de continuïteit bijhoudt. Victoria [Sullivan] heeft dat echt fantastisch gedaan. Het is waarschijnlijk de moeilijkste taak van de hele filmproductie om alles bij te houden. Ik had het al zwaar genoeg met het bijhouden van de kapsels en zij moest echt alles in de gaten houden. Ik heb geen idee hoe ze het voor elkaar heeft gekregen, vooral omdat deze productie zo lang duurde.

Dat is nog iets… mensen die drie maanden aan een film meewerken, worden het op een gegeven moment wel zat om hun haar steeds hetzelfde te moeten dragen. In deze film waren er acteurs die dat anderhalf jaar moesten volhouden en ze keken er dan ook erg naar uit om hun haar te laten knippen of in een andere kleur te laten verven. Maar iedereen heeft het volgehouden. Het is niet zo vaak voorgekomen dat iemand na een maand terugkwam met een compleet ander kapsel. De cast heeft het goed volgehouden.

HOOFDPERSONAGES

MATRIX: Wat voor richtlijnen kreeg je voor de stijl voor scènes in de Hel Night Club?

JUDITH: We kregen daar vrijwel de vrije hand in en mochten het behoorlijk wild maken. De Hel Club was erg leuk om te doen, omdat we ons bij de andere scènes behoorlijk moesten inhouden. We konden ons helemaal laten gaan met de Hel Coat Check. We konden echt onze fantasie gebruiken in die scènes. We baseerden de kapsels op de kostuums; hoe wilder hoe beter.

MATRIX: Hoe heb je het aangepakt met Persephone?

JUDITH: Persephone is een heel interessant personage en we hadden natuurlijk een heel mooie actrice voor die rol; Monica Bellucci. Daar kun je dus nooit iets echt fout mee doen. In het begin moesten we erop letten of haar haar op haar kostuum hing, omdat het rubber van de beige jurk gepoederd werd. Als haar haar op de kleding zou hangen, zou het poeder eraf geveegd worden. Later hebben ze dat poeder eraf gehaald en werd het rubber glimmend en glad, zodat haar haar los op haar schouders kon worden gedragen.

Bij Persephone dachten we in eerste instantie dat we haar haar steeds moesten opsteken om het van haar kleding af te houden. We werkten toen weer heel nauw samen met de kostuumafdeling om een goed compromis te vinden. Ze heeft echt prachtig haar en ik wilde het graag los laten hangen. Opgestoken zag het er ook heel mooi uit en dat is wat we hebben gedaan toen ze de rode jurk droeg in de Hel Club.

MATRIX: Had je meteen al in gedachten om Niobe (Jada Pinkett Smith) knotjes te geven?

JUDITH: We vonden de knotjes erg leuk. Het ziet er heel etnisch en gelikt uit. Voor haar andere stijlen wilden we het los laten, zodat ze er steeds heel anders uitzag. De knotjes waren Jada’s eigen idee. Ze vroeg ons wat we ervan vonden en de regisseurs hadden het ook al voorgesteld, dus dat is wat we hebben gedaan.

MATRIX: Is het gebruikelijk dat een acteur iets te zeggen heeft over haar of zijn kapsel?

JUDITH: Ik denk dat ze er wel over nadenken. Wanneer je het script leest, krijg je daar vanzelf een beeld bij. Als je weet wie de acteur of actrice is die de rol gaat spelen, helpt het je ook om een beeld te vormen. Het was ook heel interessant dat Andy en Larry daar ook ideeën over hadden. We wilden Niobe er heel gelikt uit laten zien. Ik had verscheidene foto’s van wat ik voor haar in gedachten had en dat heeft zich verder ontwikkeld. Iemand had al vrij vroeg in het proces wat ontwerptekeningen gemaakt van hoe Niobe eruit moest zien en op een van die tekeningen had ze Zulu-knotjes in haar haar. Uiteindelijk hebben we dat uitgeprobeerd.

MATRIX: Ben je er bewust mee bezig om ieder personage een eigen stijl mee te geven?

JUDITH: Ja, dat probeer je wel te doen. Een van de moeilijkste dingen met de kapsels in deze film, en waar ik meteen bij aanvang al voor waarschuwde, is dat wat we ook deden met de verschillende stijlen voor Zion of de Matrix, we alles met hetzelfde kapsel moesten doen. In de eerste MATRIX film konden we aan het einde Keanu’s hoofd kaal scheren – dat was zo gepland – maar in de laatste twee films moesten we continu tussen de Neb, de Matrix en Zion wisselen, dus we konden niet veel afwijken. Het was leuk geweest als we iemands haar wat langer of korter konden maken of juist een totaal ander kapsel konden geven.

Ik suggereerde het gebruik van pruiken al in het begin van de productie, zodat we de hoofdpersonages een totaal andere stijl konden geven, maar dat leek geen optie. Dus voor elk personage, of dat nu Carrie-Anne [Moss, Trinity] of Keanu was, moesten we met hetzelfde kapsel werken. Dat beperkte ons in wat we met de personages wilden doen voor de verschillende locaties.

MATRIX: Kon je door die beperking meer of juist minder creatief zijn?

JUDITH: Dat is moeilijk te zeggen. Ik denk dat we sowieso niet echt creatief konden zijn, maar het zette ons wel aan het denken. Je moest jezelf steeds afvragen wat er voor nodig was om alles perfect op elkaar aan te laten sluiten. Soms vond ik Keanu’s haar te netjes zitten, omdat hij net een dag voor The Matrix zijn haar had laten knippen en nu zijn we bezig met de Neb. Maar ik vind wel dat het werkt. Ik weet het pas zeker als ik beide films heb gezien.

MATRIX: Waar is voor de personages uit de eerste film rekening mee gehouden voor de vervolgfilms?

JUDITH: Agent Smith blijft natuurlijk Agent Smith. We hebben alle nieuwe Agenten zelfs op Agent Smith gebaseerd, dus dat was meteen duidelijk. Voor Carrie-Anne wilden we een iets langer kapsel in de Neb dan in de eerste film, dus we hebben haar kapsel iets aangepast. Het is wat langer en is meer gestyled. Mijn idee, hoewel ik niet weet wie het hier met me eens is, was om alle personages wat meer te stylen dan in de eerste film. Ze zijn verder ontwikkeld sinds de eerste film en hebben alles meer onder controle. Dat komt terug in hun haarstijl.

Neo’s toga suggereert ook een perfectere personage, denk ik. Hij is veranderd, heeft alles meer onder controle. Hetzelfde geldt voor Trinity, zij heeft alles ook meer onder controle. Morpheus [Laurence Fishburne] blijft gewoon Morpheus. We hebben nu ook Harold [Perrineau, Link], die nieuw is bij The Matrix. Harold kwam voor het eerst bij ons met zijn dreadlocks en hij zag er fantastisch uit, dus waarom zou je dat veranderen? In principe zijn we ervan uitgegaan dat de stijl van iedereen op alle locaties moest passen; in de schepen en Zion of in de Matrix. Ik hoop dat we daarin zijn geslaagd.

MATRIX: Zijn er drastische verschillen tussen het eigen kapsel van de acteurs en die van hun personage?

JUDITH: Rachel Blackman, die Charra speelt, kwam een paar maanden geleden bij ons met haar tot op haar schouders. Ze had veel getraind en opeens werd besloten dat ze een heel kort kapsel moest krijgen. Ik begon met knippen en haar haar werd steeds korter en korter. Elke keer als we het aan Andy en Larry lieten zien, vroegen ze of het nog wat korter kon. Die arme meid had dus eerst haar tot op haar schouders en nu liep ze rond met gemillimeterd haar. Aan de zijkant was het bijna helemaal weggeschoren en bovenop had ze nog maar een halve centimeter lang haar. Het is niet gemakkelijk voor haar om zich een beetje op haar gemak te voelen met dat kapsel… We hebben meer mensen geknipt die buiten de set met een hoed of pet lopen. Het kapsel was een belangrijke verandering voor haar personage. Ze is een mooie meid met een prachtig gezicht en mooie ogen, dus het staat haar goed. Maar het is een grote stap om zo’n metamorfose te ondergaan.

Ik vraag Andy en Larry altijd wat ze precies willen. Er zijn maar een paar personages geweest waarbij ik zelf de beslissing nam om iets totaal verschillends te doen. Meestal bespreken we dat eerst. Ik heb van andere regisseurs geleerd dat ze vaak mensen casten op hun uiterlijk, dus dan hoef je niet veel aan hen te veranderen. Soms wordt iemand gecast terwijl ze een totaal ander uiterlijk in gedachten hebben. De Trainman is daar een voorbeeld van. Bruce [Spence] heeft kort haar, maar ze wilden hem met heel lang haar zien. Ik knip nooit het haar in één keer af, omdat het dan onherroepelijk is. We knippen het beetje bij beetje, zodat we langzaamaan het kapsel krijgen dat we voor ogen hebben.

MATRIX: Toen je de scripts voor het eerst las, had je toen bij bepaalde personages meteen een idee voor hun haarstijl?

JUDITH: Nee, dit is niet zoals bij een gedateerde film of waar je met bepaalde problemen rekening moet houden. Maar zodra ik de kostuums zag, kon ik me een beeld vormen. Soms bedenk ik iets voor een personage dat compleet anders is dan wat iedereen voor ogen had. En soms zie je het kostuum en besef je dat het kapsel er niet bij past.

MATRIX: Hoeveel tijd breng je door op de set?

JUDITH: Ik breng heel veel tijd door op de set. Ik ben graag op de set met mijn acteurs om ze aan het werk te zien, dus ik ben zelden op de afdeling. Het is belangrijk voor me om ervoor te zorgen dat alles goed gaat voor de camera. Soms kan ik niet het haar doen van een acteur, omdat ik op de set ben. Daarom kunnen onze stylisten verschillende personages verzorgen. Je probeert echter wel de juiste stylist bij een acteur of actrice te vinden. Het werkt altijd beter als het tussen hen klikt.

MATRIX: Moest je voor de stunts speciale maatregelen nemen, zoals dat het geval was in de Hel Coat Check toen ze allemaal ondersteboven hingen?

JUDITH: In de Hel Coat Check had het haar vrij spel. Maar bij de Agenten en dat soort personages, moest het perfect blijven zitten; of ze nu vochten, zweetten of het bloedheet hadden. Je moet dus op de set aanwezig zijn en je staat er letterlijk met je neus bovenop om ervoor te zorgen dat alles er perfect uit blijft zien voor elke take.

MATRIX: Heb je veel samengewerkt met de afdeling voor visuele effecten?

JUDITH: We hebben ze pruiken gegeven om mee te werken, zodat zij de juiste afmetingen hadden. Dus in dat opzicht hebben we samengewerkt. Ze namen heel veel foto’s van de acteurs in alle gedaantes en baseerden zich op de pruiken en andere spullen die wij ze gaven.

HET LAATSTE WOORD

MATRIX: Wat is de grootste uitdaging in de afgelopen anderhalf jaar voor jou geweest?

JUDITH: Om zo lang van huis weg te zijn. De film is geweldig en het was fantastisch om aan deze productie mee te werken, dus ik denk dat het zwaarste van alles was om zo lang van huis en je familie weg te zijn. Er zijn veel mensen in de crew die al meer dan een jaar bij hun familie weg zijn, dus we kijken er allemaal erg naar uit om weer naar huis te gaan. Het is wel een echt geweldige ervaring geweest.

MATRIX: Hoeveel haarstylisten hebben met je samengewerkt?

JUDITH: Ik had drie vaste krachten, die bijna fulltime met mij werkten in Alameda, omdat we twee units hadden. Ik had iemand die op de Second Unit werkte en iemand die met mij op de First Unit werkte. Voor de langere opnameperioden, zoals voor het Burly gevecht en een paar andere vechtscènes met alle stand-ins, had ik nog vier extra stylisten. Het team bestond dus uit zeven mensen voor het grootste deel van de opnamen in Alameda.

Hier in Australië had ik vier vaste stylisten en soms kregen we versterking van tijdelijke krachten. Een aantal van hen heeft regelmatig meegewerkt aan deze productie en sommigen slechts een paar dagen als we echt grote klussen hadden.

MATRIX: Waar let je op als je iemand aanneemt?

JUDITH: We moesten lang met elkaar samenwerken, dus je let op de persoonlijkheid van iemand. Behalve dat ze uiteraard gekwalificeerd moeten zijn, moet je ook mensen aannemen waarvan je weet dat ze goed met de acteurs en het team kunnen samenwerken voor zo’n lange tijd. In de filmindustrie werken we drie, vier of vijf maanden achter elkaar en dan gaan we door naar een volgend project. Het is voor ons allemaal nieuw om zo lang bij een project betrokken te zijn.

Je kijkt of mensen pruiken kunnen maken, haar kunnen knippen of kleuren en al het andere dat nodig is. Bij veel producties wordt het haar verven extern gedaan, maar ik doe dat liever hier, zodat we het onder controle kunnen houden. Vooral bij zo’n lange productie is het belangrijk de continuïteit te behouden en de haarkleur exact gelijk te houden. Hetzelfde geldt voor het haar knippen. We knipten elke week, zodat er geen plotseling groot verschil in haarlengte zou ontstaan. Daar hadden we dus ook mensen voor nodig. We hebben een heel goed allround team hier in Australië. We kunnen alles aan.

MATRIX: Kijk je er erg naar uit om alles op het witte doek terug te zien?

JUDITH: Ik kan bijna niet wachten! Ze hebben een gedeelte aan de crew laten zien met Kerst [2001] en dat was echt spannend. Ik liep naar buiten en moest naar adem snakken. Het was een geweldige stimulans voor de crew, want als je zo lang aan een productie werkt, raak je de draad een beetje kwijt en zakt iedereen in. Iedereen die heeft meegewerkt, zal het geweldig vinden om te zien, omdat er zoveel aspecten zijn die wij nooit te zien krijgen, zoals de visuele effecten. We hebben wel een idee over hoe het eruitziet, maar je weet het niet echt. Dus als je alles bij elkaar ziet, is dat echt fantastisch!

MATRIX: Judy, bedankt voor dit interview.

Interview by REDPILL
Juli 2002